Breda werkt aan nog meer toegankelijkheid in de stad

Breda werkt aan nog meer toegankelijkheid in de stad

Breda heeft toegankelijkheid al langer hoog op de agenda staan. De Brabantse stad won er verschillende prijzen mee. Met al dit succes rust ze niet op haar lauweren. Met de hulp van ruim dertig ervaringsdeskundigen blijft Breda werken om echt voor een iedereen een inclusieve stad te worden.

Niet de mensen hebben een beperking, maar de stad

Al voordat Nederland vier jaar geleden het VN-Verdrag Handicap ratificeerde was de Breda al bezig de gastvrijheid en toegankelijkheid te verbeteren. Na de startconferentie in 2016, en hard werken aan een Agenda Toegankelijkheid in 2017 en 2018, won Breda de prestigieuze  Access City Award. van de Europese Commissie. Reden: omdat de verschillende partijen in de stad zo goed samenwerkten aan toegankelijkheid. Afgelopen oktober werd Breda in het kader van de European Smart Tourism Award verkozen als de Meest Toegankelijke Stad van Europa op dit gebied. Ook ondertekenden achttien organisaties een lokaal toegankelijkheidsakkoord, dat een van de speerpunten van de Bredase Vervolgagenda Toegankelijkheid 2019-2020 was. Deze agenda is de afgelopen zomer opgesteld door de partijen in afstemming met ervaringsdeskundigen.

Ervaringsdeskundigen

Om te weten wat er precies speelt in de stad, en waar de behoeften liggen, maakt de gemeente gebruik van een vast team van circa 30 ervaringsdeskundigen. Van mensen in een rolstoel, laaggeletterden, mensen met autisme tot senioren. Op een aantal bijeenkomsten in aanloop naar een Vervolgagenda konden zij hun stem laten horen.

Juan Seleky werkte tot vier jaar geleden als  beleidsadviseur wonen en zorg bij de gemeente en is sinds zijn pensioen betrokken geraakt bij de Seniorenraad. “We adviseren het college B&W over toegankelijkheid voor senioren, zoals bij zorg, huisvesting, begeleiding. Als oudere  krijg je nu eenmaal te maken met beperkingen. Juist de oudere is deskundige op het gebied van schouwen of bijvoorbeeld winkels toegankelijk zijn. Iedereen moet mee kunnen doen in een inclusieve stad. Een stad die goed is ingericht voor mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben is een stad die goed is voor iedereen.  Dat we mogen meedenken is een voorbeeld van hoe burgerparticipatie hoort. Het is de vierde stap: co-creatie. Als burgers zijn we een toegevoegde waarde.”

Namens de stichting Roll With Us is  Sinéad Power betrokken geweest bij de bijeenkomsten. Sinds 2011 zit ze in een rolstoel en heeft ervaren hoe het is als je te goed bent voor dagbesteding maar niet kan meedoen. “Dan is er weinig plek waar je naartoe kan. Bij de stichting hebben we nu wel een plek gemaakt waar mensen kunnen samenkomen, die tussen wal en schip vallen. Zoals mensen met neurologische klachten. Het is fijn hoe Breda met ons omgaat: echt in de trant van ‘niks over ons zonder ons’.

‘Verbindingen zijn korter’

Een belangrijke opbrengst van de bijeenkomsten is dat alle organisaties elkaar beter hebben  leren kennen, vertelt Gerard van Gestel, namens de gemeente betrokken bij de Vervolgagenda. “De verbindingen zijn korter geworden. We zijn nauwer gaan samenwerken. De kracht van Breda is dat al die partijen samenwerken en geen losse eilandjes meer zijn. En ook dat voor iedereen vanzelfsprekend is dat de inbreng van de ervaringsdeskundigen belangrijk is. Juist de ontmoeting stond centraal in de bijeenkomsten.

“Waar we voorheen vooral gericht waren op fysieke beperking zijn we nu juist meer gericht op de niet-zichtbare beperkingen, zoals laaggeletterdheid”, vertelt collega Karel Dollekens van de gemeente over het nieuwe akkoord. “Je ervaart nu ook hoe andere mensen het ervaren. Dat bewustzijn moeten we zo breed mogelijk maken. Zodat bijvoorbeeld een winkelier zijn buurman erop wijst als zijn reclameborden de geleidelijnen op de stoep blokkeren. Je merkt dat winkeliers meer bewust worden en budget hebben vrijgemaakt voor de verbetering van de toegankelijkheid. Bijvoorbeeld om pashokjes te verbreden.”

Ook veel van de ervaringsdeskundigen zagen hun focus verbreed. “Het ging voor mij in het begin eigenlijk alleen maar om fysieke toegankelijkheid”, vertelt Power. “Hoe ik met mijn rolstoel ergens binnen kon komen. Dat het ook kan gaan om digitale toegankelijkheid of om laaggeletterdheid heb ik dankzij de samenwerking geleerd. Daar had ik eerder nooit bij stilgestaan. Door samenwerken verbreedt je elkaars visie. We zijn klein begonnen maar zijn nu een enorme beweging in de stad.”

Prikkelvrij winkelen

Sinds 2016 is er veel gebeurd in de Nassaustad. Waren er in het begin vooral belangenbehartigers betrokken bij de agenda, nu denken ook ambtenaren en ondernemers mee. Zo is de jaarlijkse kermis een paar uur prikkelvrij en kun je bij een Albert Heijn op gezette tijden prikkelvrij winkelen. Zo’n tweehonderd gebouwen zijn inmiddels door de betrokken partners geschouwd en beoordeeld op toegankelijkheid. Daarnaast hebben achthonderd winkels en horecabedrijven een quick scan gehad.

Focus op vrije tijd

Wat gaat dit jaar brengen? Dollekens: “In het eerste kwartaal gaan we weer bij elkaar komen met de ervaringsdeskundigen, gemeente en andere stakeholders. Dan bespreken we hoe het staat met de met elkaar vastgestelde speerpunten.” Aandacht is er vooral voor toegankelijkheid van evenementen, zoals een aantal festivals, en de etappe van de Vuelta, de wielerronde van Spanje, die in Breda in 2020 een start en finish kent.  “We hebben nauw contact met de organisatie van de Vuelta om rond het parcours een prikkelvrije omgeving in te richten. De organisatie is erg enthousiast en wil dit ook in Spanje toepassen. Ook komt er een blindentribune, net als we die al hebben bij voetbalclub NAC Breda.” Een ander speerpunt is het plaatsen van meer bankjes in de stad. Er ligt al een samenhangend ‘bankenplan’. Andere punten zijn bijvoorbeeld toegankelijk uitgaansleven en uitbreiding van de routegeleiding in het centrum van Breda.

Verder gaat Breda buitengewoon ambtenaren toegankelijkheid (BATS) aanstellen. Van Gestel legt uit: “Dit zijn ervaringsdeskundigen die een  overeenkomst aangaan met de gemeente voor een  aantal uren en die we koppelen aan een bepaalde afdeling binnen de gemeente om mee te denken. Ze krijgen een belangrijke adviserende rol en gaan samen met collega’s projecten oppakken. Bijvoorbeeld inrichting van een park of nieuw communicatiebeleid.”

v.l.n.r.: Sinead Power, Karel Dollekens, Juan Seleky en Gerard van Gestel.

Seniorenraad blij met het beleid

De Seniorenraad is blij met het beleid van de gemeente. “Er zijn in Breda 34.000 65-plussers. Daar moet je rekening mee houden. Mensen willen langer thuis wonen, daar is ook een toegankelijke omgeving nodig”, vertelt Seleky. “Die zaken moeten we goed regelen. Er is een beweging gaande, kijk maar naar de dementievriendelijke gemeente. Ouderen met een lichte vorm van dementie kunnen langer thuis wonen, dankzij ICT en domotica. Als je de omgeving aanpast met kleuren en lichten vinden ze makkelijker hun weg naar huis. Bijvoorbeeld door een flatgebouw aan een kant een bepaalde kleur te geven. Dat werkt ook voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Ik vind zelf heel belangrijk dat het beleid ook integraal is. Het is niet alleen voor mensen met een beperking, maar ook voor ouderen of laaggeletterden.”

Dollekens is het daar helemaal mee eens: “De samenleving is diverser geworden. Laaggeletterdheid is jarenlang verborgen geweest maar nu kun je er erover praten. Voor het eerst wordt er nu naar mij geluisterd, is het gevoel. Voor ons is het een belangrijk uitgangspunt: niet de mensen hebben een beperking, maar de stad.  De samenleving is aan zet om die beperking op te heffen.”

Download “Een sterke start”

Download “Een sterke start”

In dit magazine tref je verhalen van mensen die met elkaar werken aan een Lokale Inclusie Agenda. Wat komen zij tegen? Wat is nodig? Wat levert het op? Om antwoorden te vinden op deze vragen hebben de projecten Iedereen doet mee! en Niets Over Ons Zonder Ons in vijf gemeenten pilots gefaciliteerd, waarin gemeente en inwoners samen aan de slag zijn gegaan met de Lokale Inclusie Agenda. De verhalen illustreren de breedte van werken aan inclusie. Download de brochure (6Mb) en haal inspiratie uit deze ervaringen om zelf lokaal aan de slag te gaan met elkaar.

Toegankelijkheid is een erezaak

Toegankelijkheid is een erezaak

Een artikel over het in Breda doorlopen proces om tot de Vervolgagenda Toegankelijkheid 2019 – 2020 te komen.

Als collega’s – en bijna als vrienden – zitten ze bij elkaar: drie ervaringsdeskundigen en twee ambtenaren van de gemeente Breda. Ze werken inmiddels drie jaar samen aan inclusie. Met resultaat.

V.l.n.r.: Gerard van Gestel,
Benjamin Wessels, Karel
Dollekens, Sinead Power,
Remko Vervloed

“Acht jaar geleden kreeg ik een chronische spierziekte en kwam ik in een rolstoel terecht”, vertelt Sinead Power. “Van het ene op het andere moment werd ik anders behandeld. Ik was heel boos en verdrietig. En ik reageerde vooral vanuit emotie. Inmiddels weet ik dat je verder komt door met elkaar in gesprek gaan en te luisteren naar elkaars verhaal.”

Regie over je eigen leven
Sinead richtte de stichting Roll with us op, dat zich inzet voor mensen met een spierziekte of neurologische aandoening. En ging in gesprek met de gemeente, over toegankelijkheid. Ook Benjamin Wessels sloot zich aan: “Sinds mijn12de zit ik in een rolstoel. Je wilt de regie houden over je eigen leven. Daarvoor is toegankelijkheid echt belangrijk.” In Breda namen Sinead, Benjamin en Remko Vervloed (“zeven jaar geleden kreeg ik de diagnose Asperger”) samen met tientallen andere ervaringsdeskundigen deel aan de pilot om te komen tot een Lokale Inclusie Agenda. Maar ze waren al eerder in gesprek met de gemeente, die van toegankelijkheid een erezaak maakt.

Brede samenwerking
“Niet de mensen hebben een beperking, maar de samenleving heeft een beperking”, zegt Karel Dollekens, adviseur bij de gemeente Breda. Samen met zijn collega Gerard van Gestel probeert hij groepen die niet vanzelfsprekend gehoord worden te betrekken bij het toegankelijkheidsbeleid. Bij het opstellen van de Lokale Inclusie Agenda richtte Breda zich niet alleen op mensen met een fysieke beperking maar ook op mensen met een psychische kwetsbaarheid, met een verstandelijke beperking en mensen die laaggeletterd zijn. Een brede samenwerking dus. De ervaringsdeskundigen uit die groepen werden gevonden door actief organisaties te benaderen.

De pilot Een Sterke Start in Breda bestond uit vier bijeenkomsten. De eerste bijeenkomst was specifiek voor wethouders en hoge ambtenaren en ervaringsdeskundigen. Gerard: “Leidinggevenden moeten weten waarover het gaat. Dat is nodig om het ambtelijk apparaat mee te krijgen. ”Bij de drie bijeenkomsten daarna stond de inbreng van ervaringsdeskundigen centraal, maar ook andere organisaties, zoals winkeliersverenigingen, lokale horeca, belangenorganisaties en ambtenaren schoven aan. Vooraf was met de ervaringsdeskundigen al bepaald waarover het moest gaan: vrije tijd. Sinead: “Dat thema sloot ook mooi aan bij het VN-verdrag Handicap. ”Gerard: “Door te kiezen voor één thema, houd je het behapbaar.” Het resultaat van de vier bijeenkomsten mag er zijn: de Vervolgagenda Toegankelijkheid 2019-2020 Breda, stad voor iedereen, met of zonder beperking. bredavooriedereen.nl/vervolgagenda Het Platform ‘Breda voor iedereen, gastvrij en toegankelijk’ is een belangrijke samenwerkingspartner.

Inclusiviteit levert handel op
Breda had al ervaring met inclusiebeleid. De samenwerkende partijen van het eerste uur: het Platform Breda Gelijk, ZET en de gemeente Breda kregen in 2017 de broeder Tuck Award voor de bijzondere samenwerking tussen horecaondernemers, winkeliers, zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen en hun belangenorganisaties en de gemeente op het gebied van toegankelijkheid. Karel: “Iemand met een beperking komt nooit alleen naar een hotel. Inclusiviteit levert handel op.Heel wat ondernemers hier hebben dat door.”

Zaadjes geplant
“Er zijn de afgelopen jaren veel zaadjes geplant”, aldus Sinead. Remko wijst daarbij op de Bredase kermis die een prikkelarm uur heeft, zodat mensen die snel overprikkeld zijn ook kunnen genieten van de attracties. Benjamin wijst op kroegen die ervoor zorgen dat rolstoelgebruikers gemakkelijker naar binnen kunnen. “En dan hebben ze met een restaurant ernaast afspraken gemaakt over toiletbezoek.”

Binnen het gemeentelijk apparaat zelf valt er nog wel wat te winnen. Gerard: “Sommige afdelingen pakken het als vanzelf op. De afdeling cultureel erfgoed heeft er serieus werk van gemaakt. Andere afdelingen hebben wat meer aandacht nodig. We zijn niet in alles het meest toegankelijk, maar we zijn wel continu met elkaar in gesprek.“ De gemeente gaat enkele ervaringsdeskundigen aanstellen als adviseur en hen betalen.

Dat er nu een agenda ligt om mee aan de slag te gaan betekent niet dat alles door de gemeente zal worden uitgevoerd. Karel: “Je bespreekt honderd dingen. 31 liggen er bij het ambtelijk apparaat. 69 liggen er bij andere organisaties. Maar je ziet dat in de hele stad zo langzamerhand de neuzen dezelfde kant op staan. Inclusiviteit staat echt op de agenda.”

Hoe Breda inclusiviteit aanpakt

Hoe Breda inclusiviteit aanpakt

Volledig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat is het kernbegrip in het VN-Verdrag inzake rechten en personen met een handicap. De Nederlandse staat is partij bij het VN-Verdrag en als zodanig verplicht het verdrag te implementeren. Gemeenten zijn als onderdeel van de staat ook verplicht het verdrag uit te voeren. Een toegankelijke openbare ruimte is daar een belangrijk onderdeel van. Gemeente Breda, winnaar van de Acces City Award 2019, heeft een voorbeeldfunctie.

Dit artikel verscheen eerder in vakblad Stedelijk Interieur.

Een toegankelijke openbare ruimte: dat betekent letterlijk drempels voor personen met een beperking zoveel mogelijk wegnemen. De gemeente Breda is zeer toegankelijk voor mindervaliden, maar ook sportfaciliteiten, musea en theaters zijn aangepast. De praktijk van Breda leert dat iedereen profiteert van toegankelijkheid. Toegankelijkheid is namelijk meer dan makkelijke op- en afritten voor rolstoelgebruikers.

Ook kinderen, ouderen, mensen met kinderwagens, zelfs vrouwen met hoge hakken hebben te maken met toegankelijkheid (of ontoegankelijkheid). ‘Ja, het is een veel breder begrip. Wij gaan uit van toegankelijkheid voor mensen met een zichtbare of onzichtbare fysieke beperking en toegankelijkheid voor iedereen, zoals kinderen en ouderen’, zegt Wilbert Willems, voorzitter van het platform Breda voor Iedereen.

Economische voordelen

Volgens de oud-wethouder en het voormalig Tweede Kamerlid is Breda een voorbeeld van hoe breed toegankelijkheid in alle facetten van de dienstverlening speelt. ‘In de laatste twee beleidsnota’s kun je al lezen hoe serieus men bezig is. In Breda bestaat een grote groep die zich al langer inzet om toegankelijkheid op de agenda te krijgen. Die roep komt ook heel sterk uit het bedrijfsleven. Goede toegankelijkheid levert naast maatschappelijke winst immers ook economische voordelen op. Op basis van wetenschappelijk onderzoek is bekend dat ondernemend Breda er beter van wordt.’

‘Ga maar na: 10 procent van de bevolking heeft een dusdanige beperking dat aanpassingen een must zijn, voor 40 procent zijn aanpassingen zinvol en voor 100 procent is het gewoon prettig. Toegankelijkheid moet een issue zijn voor ondernemers. Je moet ook met het goede verhaal komen en geen zielige verhalen ophangen over rolstoelgebruikers. Wij hebben als platform gekozen om de economische kant als argument te gebruiken.’

‘Toegankelijkheid moet een issue zijn voor ondernemers’

Het platform Breda voor Iedereen werd medio 2015 opgericht op initiatief van het Toeristisch Fonds Breda. Het platform vertegenwoordigt de horeca- en retailondernemers, de gemeente, maatschappelijk organisaties en organisaties voor mensen met een beperking. Zowel in de bestaande als nieuw te realiseren openbare ruimte neemt toegankelijkheid in Breda een volwaardige positie in. Bij het ingenieursbureau van de gemeente Breda is een adviseur Toegankelijkheid Openbare Ruimte werkzaam die voorlopige en definitieve ontwerpen van herinrichtingen van de openbare ruimte op toegankelijkheid toetst. Naast de openbare ruimte wordt ook naar toegankelijkheid gekeken bij het organiseren van evenementen, toegang tot private en openbare gebouwen, kermissen, et cetera.

BATS’en

In de nieuwste beleidsnota van de gemeente – Breda voor iedereen, met of zonder beperking – van afgelopen juli is vastgelegd dat de gemeente twintig zogenoemde BATS’en gaat opleiden en aanstellen. Dit zijn ‘Bijzondere Ambtenaren Toegankelijke Samenleving’ die zelf ook een beperking hebben. Zij gaan meekijken en adviseren bij alle gemeentelijke plannen.

Maar het is niet alleen in de openbare ruimte dat Breda zich inspant. Er is ook aandacht voor het gedrag van personeel in horeca en winkels met betrekking tot het omgaan met mensen met een beperking. Zo zijn er trainingen gericht op horeca en retail en trainingen gericht op personeel van openbaar vervoer.

Om Breda de meest toegankelijke stadsregio van Nederland te maken is onder meer door de gemeente Breda een Toegankelijkheidsfonds beschikbaar gesteld dat in totaal 185.000 euro bedraagt. Dat betekent dat organisaties en dergelijke die aanpassingen willen voor de verbetering van de toegankelijkheid van (niet-gemeentelijke) gebouwen en op evenementen een financiële bijdrage uit het fonds kunnen krijgen. In de afgelopen jaren is bij meer dan achthonderd ondernemers in de Bredase binnenstad door middel van een enquête voor de exploitant inzichtelijk gemaakt op welke items verbetering mogelijk is. Daarnaast zijn er meer dan tweehonderd schouwen van niet-gemeentelijke gebouwen geweest. Dit heeft geleid tot meer dan veertig aanvragen voor een bijdrage in een investering vanuit het Toegankelijkheidsfonds.

VN-Verdrag

De inspanningen van Breda leidden eind vorig jaar tot de toekenning door de Europese Commissie van de Acces City Award 2019. Tijdens de prijsuitreiking zei Marianne Thyssen, Europees commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit: ‘Te vaak voelen mensen met een handicap zich geïsoleerd omdat ze geen toegang hebben tot openbare ruimten of tot het openbaar vervoer. In Breda zijn openbare plaatsen zoals parken en winkels voor iedereen toegankelijk. Digitale technologieën zorgen ervoor dat alle burgers met het openbaar vervoer kunnen reizen. En deze investeringen werpen hun vruchten af. Het toerisme floreert in deze stad dankzij haar inclusieve beleid.’

Dat Breda inmiddels een naam heeft op het gebied van toegankelijkheid blijkt wel uit de nationale en internationale belangstelling en uitnodigingen voor lezingen. Die belangstelling is zeker gevoed na een artikel in de Engelse krant The Guardian.

‘We hebben een mooie prijs gewonnen, maar we zitten pas aan het begin’, zegt Willems. Dat geldt zeker voor een hoop andere Nederlandse gemeenten. Breda kan volgens Willems al wel een voorbeeld zijn voor andere gemeenten. De gemeente maakt onder meer deel uit van de zogenoemde koplopersgroep van de VNG waarin Breda zich vooral richt op het thema vrije tijd en sport. ‘De meeste gemeenten zijn zich te weinig bewust van de noodzaak van een toegankelijke stad’ zegt Willems. ‘In 2016 heeft Nederland als een van de laatste landen het VN-Verdrag getekend. Dat betekent dat een gemeente verplicht is te zorgen dat alle gebouwen toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Voor het particuliere bedrijfsleven zijn de regels veel softer. Er spelen hierbij twee problemen. Ten eerste: van de bouwregels maakt toegankelijkheid geen integraal onderdeel uit en ten tweede door de deregulering is zo beetje de tendens ontstaan van: laat de maatschappij het zelf maar uitzoeken.’

Openbaar vervoer

Ook Karel Dollekens, adviseur Toegankelijkheid/Inclusiviteit van de gemeente Breda, vindt dat de stad vooroploopt bij het toegankelijk maken van de openbare ruimte. ‘Dat komt ook omdat wij de hele stad erbij betrekken en zeker ook de ervaringsdeskundigen. Zij weten waar behoefte aan is als je rolstoelgebruiker bent.’

Een mooi voorbeeld van toegankelijkheid is de zogenoemde Groene Loper die in 2017 als beste openbare ruimte van Nederland werd gekozen op het Landelijk Congres Openbare Ruimte. Breda wilde meer groen en ruimte voor de voetganger in een klassiek ingerichte boulevard. Via de Groene Loper lopen bezoekers van Breda zonder een auto te kruisen van het NS-station via de Willemstraat en het Park Valkenberg naar de binnenstad. ‘Dat is helemaal in orde’, zegt Dollekens. ‘Alleen zijn we nog niet klaar: er zijn namelijk geen blindegeleidelijnen. Daarom zijn we nu druk bezig met het aanleggen van blindegeleidelijnen door het park.’

Een andere punt van aandacht is het doortrekken van de Nieuwe Mark in het centrum van de stad. De rivier wordt doorgetrokken over het terrein van de voormalige Seeligkazerne en sluit daarna aan op het water bij de Vredenburchsingel. ‘In het eerste ontwerp zaten echter een aantal plekken die niet toegankelijk waren. Daarover is overleg tussen diverse partijen; er zullen concessies gedaan moeten worden. Want wat qua ontwerp mooi is, hoeft niet per se noodzakelijk te zijn en andersom.’

Waar Breda goed mee scoort wat betreft toegankelijkheid is het openbaar vervoer. ‘98 procent van de bushaltes in de gemeente is toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking. Bijvoorbeeld via een oprijplaat voor rolstoelgebruikers. Onze chauffeurs zijn ook speciaal opgeleid om aandacht hiervoor te hebben. In de bussen worden de haltes niet alleen weergegeven op schermen, maar ook omgeroepen voor de reizigers met een visuele beperking. Waar we nog iets op moeten verzinnen zijn de informatieborden bij het busstation die sommige mensen niet kunnen lezen.’

Een vorm van toegankelijkheid die overigens al zo’n 15 jaar geleden buiten de gemeente om is gerealiseerd, is de speciale toepassing van kinderkopjes (kasseien) op de Grote Markt. Al bij het ontwerp werd rekening gehouden met de nadelen van de ‘hobbeligheid’, bijvoorbeeld voor vrouwen met hoge hakken of mensen met een kinderwagen. Als oplossing werden de kinderkopjes doorgesneden en met de vlakke kant naar boven gelegd en werden de voegen gevuld. Een vooruitziende blik.

Om wie gaat het in Nederland?
1,7 miljoen personen met een langdurige ziekte, aandoening of handicap;
1,5 miljoen personen met een lichamelijke handicap;
1,3 miljoen doven en slechthorenden;
316.000 blinden en slechtzienden;
281.000 personen met ernstige psychische aandoeningen;
142.000 personen met een (licht) verstandelijke beperking.*
* Deze cijfers bevatten dubbelingen en zijn deels gebaseerd op schattingen van CBS en SCP.

Subsidie werkplekken voor mensen met beperking

Subsidie werkplekken voor mensen met beperking

Extra investering werkplekken voor mensen met een arbeidsbeperking

Het kabinet zet in op het vergroten van de arbeidsmarktkansen voor mensen met een beperking, zodat ze makkelijker aan het werk komen én blijven. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat het voor werkgevers simpeler moet worden om mensen met een beperking in dienst te nemen en te houden. Daarom is er 8 miljoen euro beschikbaar voor de pilot generieke werkvoorziening. Werkgevers kunnen via deze pilot een aanvraag indienen voor de aanpassing van één of meerdere werkplekken binnen hun bedrijf. Dat schrijft staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

UWV start op 1 maart 2020 met de pilot generieke werkvoorziening. De 8 miljoen euro is vrijgemaakt binnen het re-integratiebudget op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. UWV kan dit bedrag besteden in 2020. Hulpmiddelen voor mensen met een arbeidsbeperking in de vorm van werkvoorzieningen spelen een belangrijke rol bij de participatie van arbeidsgehandicapten. Uit afstemming met de doelgroep blijkt dat gebruikers eveneens de generieke voorziening als een kans zien om meer mensen met een beperking aan het werk te helpen.

Staatssecretaris Tamara van Ark: “Op dit moment kunnen werkgevers met behulp van UWV hun werkplek laten aanpassen, pas nadat ze iemand hebben aangenomen met een arbeidsbeperking. De voorziening is daarmee verbonden aan een specifiek dienstverband, niet aan de werkplek zelf. Werkgevers ervaren dat vaak als een drempel. Daarom zet ik nu de volgende stap door de focus te verbreden naar werkvoorzieningen die de werkplek zelf inclusief maken.”

In de pilot generieke werkvoorzieningen zal worden geëxperimenteerd met stapsgewijs loslaten van het individuele dienstverband als voorwaarde voor een werkvoorziening. Een werkgever kan bij UWV een aanvraag doen voor een werkplekaanpassing vanuit de intentie om daarmee meerdere of opeenvolgende werknemers met een vergelijkbare beperking in dienst te nemen. Daar staat tegenover dat de werkgever duurzame werkgelegenheid voor ten minste drie jaar aanbiedt. De reguliere werkgeversvoorziening van UWV met maatwerk op het individuele dienstverband blijft los van de pilot bestaan. Een werknemer uit de doelgroep moet bij de start van de pilot in 2020 wel in beeld zijn op het moment van de toekenning.

UWV start vanaf 1 februari 2020 de communicatie richting werkgevers en zal werkgevers desgewenst ondersteunen bij het vinden van geschikte werknemers met een beperking bij het bieden van duurzame werkgelegenheid.
Documenten

Kamerbrief over pilot generieke werkgeversvoorziening

Staatssecretaris Van Ark stuurt een brief aan de Tweede Kamer over de pilot generieke werkgeversvoorziening.

Kamerstuk: Kamerbrief | 12-12-2019

Auteur: Jan Mens